Samson (Engelse woord voor Simson) is een oratorium in vier delen: Samson, Samson’s Revenge, Samson & Delilah, Samsons Death & Victory. Het is geschreven voor bariton, sopraan, koor (met bij voorkeur een klein mannenkoor van 30 man) en orkest.
De eerste drie delen beginnen met een inleiding bestaande uit gedeelten uit de Psalmen, Jesaja, Spreuken of het Nieuwe Testament (Johannes-evangelie en 1 Korinthiers).
De inleiding tot het 1e deel begint (na een kort instrumentaal intro) met Psalm 124 (geheel) en is een geloofsbelijdenis van God als redder in nood: ’ware God niet met ons geweest’ (zowel voor het volk Israel als voor Simson).
Daarna volgt een instrumentale ouverture die het thematische materiaal van het werk exposeert. Enkele verzen uit Psalm 106 besluiten de inleiding en gaan over de oorzaak van de nood van het volk: het afwijken van God en zondigen tegen Zijn wet.
De nu volgende handeling verhaalt Simson’s jeugdige overmoed; zijn huwelijksfeest, en de aanleiding tot zijn bediening als richter. Het thematische materiaal komt in de Finale terug (in de verkleining). Het stuk staat in 3/8(3/4) dansmaat, passend bij de levensvreugde van de a.s bruidegom. Tussen de bedrijven door commentarieert het koor met een gedeelte uit Jesaja 35. Simson verlaat de weg van God (naar de wet) en komt daardoor in de problemen (in de vorm van een leeuw). Typerend voor de geschiedenis van Simson is (volgens de componist) dat ondanks Simson’s afdwalen van de wet, God met Simson bleef en dit gebruikte om de Filistijnen een lesje te leren.
Het mannenkoor representeert de Filistijnen. De componist heeft geprobeerd de boosheid (kwaadaardigheid) van deze Filistijnen muzikaal weer te geven.
Het 2e deel beschrijft de eenzaamheid van Simson, zijn toorn en wraak (muzikaal uitgebeeld door harmonische spanning; zijn toorn is eigenlijk een expressie van de toorn van God; dit wordt verwoord door het koor met woorden uit Psalm 79), zijn afhankelijkheid van God; het verraad door zijn eigen volk, zijn overgave, krachtexplosie en onverwachte redding van de dorst (water uit de rots). Dit laatste symboliseert zijn ware dorst (van zijn ziel); muzikaal weergegeven in het koor door teksten uit Johannes 4 en 7.
Deel 3 begint met een waarschuwing tegen hoererij en de ’vreemde vrouw’, de boze plannen van God’s vijanden(beide uit Spreuken); voor koor en bariton. Daarna volgt het verhaal van Simson & Delilah; de eerste maten van deel 1 worden nu gezongen door het mannenkoor en dragen het dreigende ’kwade’ karakter van Simson’s vijanden in zich: zij kopen Simson’s liefje om voor ’zilverlingen’, teneinde het geheim van zijn kracht te onfutselen en hem te verraden. Deze verleiding heeft de componist in een duet getoonzet; het ’leidmotief’ van het ’kwaad’ (een gebroken mM7-akkoord vormt de melodie). Het deel eindigt met de belofte van de genade van God en zalving (dat is goddelijke bekwaamheid) voor de overwonnen Simson (God heeft hem niet verlaten!) met een koorgedeelte uit Jesaja 10.
Deel 4 Dit laatste deel begint bij het feest ter ere van Dagon; de Filistijnen vieren hun vermeende overwinning over hun grootste vijand, Simson, en eisen dat hij hen vermaakt. De ogen van Simson zijn uitgestoken, maar zijn geloof heeft hem niet verlaten en vraagt de jongen die hem bij de hand leidt om hem de pilaren te laten voelen, waar het gebouw op rust(met daarop weer de feestvierende filistijnen en hun vorsten); daarop volgt het gebed van Simson tot God om hem nog eenmaal sterk te maken en zich op zijn ogen te wreken. De rest is bekend; het gebouw stort in en vele vijanden vinden de dood, waaronder de stadsvorsten.
(Het verhaal van Simson is m.i. een voorafschaduwing van Christus op vele punten, maar vooral zijn dood (met armen uitgestrekt als de Gekruisigde) is de grootste overwinning op zijn vijanden geworden.
Het werk eindigt met een slotlied op de woorden van 1 Korinthe 1: "God heeft het zwakke uitverkoren om de sterken te beschamen en het dwaze om de wijzen te beschamen" gevolgd door een instrumentaal lamento(viool en orkest).
Klik hier om het artikel te bestellen. |