Door goede machten trouw en stil omgeven
Von guten mächten treu und still umgeben
Dietrich Bonhoeffer (vertaling: Jan Willem Schulte Nordholt)
Koraalcantate voor solisten, koor en orkest
muziek: Alexander Prins
koraal: Adriaan Cornelis Schuurman (1904-1998)
gecomponeerd bij Door goede machten trouw en stil omgeven,
Gezang 398 in Liedboek voor de Kerken
Tijdsduur: 33 minuten
Bezetting:
- sopraansolo- en tutti
- altsolo- en tutti
- tenorsolo- en tutti
- bassolo- en tutti
- gemeentezang ad libitum
- bügel in Bes
- klarinet I en II in A
- viool I en II
- altviool
- cello I en II
- contrabas
- continuo-orgel (I)
- orgel (II) ad libitum
Dietrich Bonhoeffer en de tekst
Dietrich Bonhoeffer (Breslau (thans Wrocław), 4 februari 1906 - Flossenbürg, 9 april 1945) was een vooraanstaand Duitse kerkleider, theoloog, verzetsstrijder tegen het nazisme en schrijver van christelijke boeken.
Bonhoeffer was een luthers predikant en theoloog. Hij studeerde in New York en werkte in Berlijn en Londen. In zijn proefschrift over het thema kerk besloot hij dat de kerk een sanctorum communio moest zijn, een gemeenschap van heiligen. De kerk mocht voor Bonhoeffer niet langer gewoon de plaats zijn waar over Christus werd gesproken, ze ís het lichaam van Christus. Het werd zijn levenslange roeping om aan die opdracht te voldoen.
Onder het nazi-bewind vond Bonhoeffer de weg naar de Bekennende Kirche. Hij nam deel aan de samenzwering tegen Adolf Hitler met als doel hem te vermoorden. In 1939 vond Bonhoeffer aansluiting bij een geheime groep van hoge Abwehr-officieren die het Naziregime omver wilde werpen. Hij werd in april 1943 gearresteerd nadat ontdekt werd dat geld, dat werd gebruikt om joden te helpen ontsnappen naar Zwitserland, bij hem vandaan kwam; de aanklacht werd hoogverraad. Na de mislukte aanslag van 20 juli 1944 kwam zijn betrokkenheid met de groep officieren aan het licht en hij werd ter dood veroordeeld. Tot de voltrekking van het vonnis werd hij in diverse gevangenissen en concentratiekampen ondergebracht, als laatste in Flossenbürg. Het vonnis werd pas op 9 april 1945 voltrokken, minder dan drie weken voordat de stad werd bevrijd. Zijn laatste woorden: "Dit is het einde, voor mij het begin van het leven."
De Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer verzette zich moedig en vol overtuiging tegen het Hitler-regime. Als gevolg daarvan werd hij gevangen gezet in het beruchte hoofdkwartier van de Gestapo in Berlijn. Van daaruit stuurde hij op 28 december 1944 een brief aan zijn moeder, die de tekst van het hier besproken lied bevatte. Het lied droeg hij op aan zijn moeder en aan zijn verloofde.
Het lied is persoonlijk van karakter, maar doet zoals in vele psalmen uitstijgen boven een incidentele situatie die de aanleiding was tot de tekst, zo stijgt ook dit lied uit boven de persoonlijke situatie van de dichter. Veel steun en troost vond Dietrich Bonhoeffer in de liederen van Paul Gerhardt (1607-1676) tijdens zijn gevangenschap, hetgeen alleen al blijkt uit de keren dat hij deze lieddichter aanhaalt in zijn brieven. In een brief aan zijn ouders schrijft hij ‘Dat het in zo’n situatie (…) goed is de liederen van Paul Gerhardt te lezen en uit het hoofd te leren.’ De stijl en opzet van Bonhoeffers gedicht verwijzen duidelijk naar de liederen van Paul Gerhardt.
Gebruik
Behalve in de oudejaarsdienst kan dit lied (evenals bijvoorbeeld Psalm 79:4) gezongen worden in een kerkdienst vlak vóór, op, of kort na 4 of 5 mei. Eventueel kan het in bepaalde situaties ook met Kerst gezongen worden waar strofe 5 ons herinnert aan Hem die vrede op aarde bracht en die kwam als het waarachtige licht dat ieder mens verlicht (vergelijk Joh. 1,9).
In de uitgave ‘Auf dem Wege zur Freiheit’, Berlin 1946, ‘Gedichte und Briefe aus der Haft’ van Dietrich en zijn broer Klaus Bonhoeffer verwijst de redacteur Eberhard Bethge dan ook naar dit lied als ‘Weihnachtsgedicht’.
Liedtekst
1 Von guten Mächten treu und still umgeben,
behütet und getröstet wunderbar,
so will ich diese Tage mit euch leben
und mit euch gehen in ein neues Jahr.
2 Noch will das alte unsre Herzen quälen,
noch drückt uns böser Tage schwere Last.
Ach Herr, gib unsern aufgeschreckten Seelen
das Heil, für das du uns geschaffen hast.
3 Und reichst du uns den schweren Kelch, den bittern
des Leids, gefüllt bis an den höchsten Rand,
so nehmen wir ihn dankbar ohne Zittern
aus deiner guten und geliebten Hand.
4 Doch willst du uns noch einmal Freude schenken
an dieser Welt und ihrer Sonne Glanz,
dann wolln wir des Vergangenen gedenken,
und dann gehört dir unser Leben ganz.
5 Laß warm und hell die Kerzen heute Flammen,
die du in unsre Dunkelheit gebracht,
führ, wenn es sein kann, wieder uns zusammen.
Wir wissen es, dein Licht scheint in der Nacht.
6 Wenn sich die Stille nun tief um uns breitet,
so laß uns hören jenen vollen Klang
der Welt, die unsichtbar sich um uns weitet,
all deiner Kinder hohen Lobgesang.
7 Von guten Mächten wunderbar geborgen,
erwarten wir getrost, was kommen mag.
Gott ist bei uns am Abend und am Morgen
und ganz gewiß an jedem neuen Tag.
Dietrich Bonhoeffer (1906-1945)
1. Door goede machten trouw en stil omgeven,
behoed, getroost, zo wonderlijk en klaar,
zo wil ik graag met u, mijn liefsten, leven,
en met u ingaan in het nieuwe jaar.
2. Wil nog de oude pijn ons hart vernielen,
drukt nog de last van ’t leed dat ons beklemt,
O Heer, geef onze opgejaagde zielen
het heil waarvoor Gij zelf ons hebt bestemd.
3. En wilt Gij ons de bittre beker geven
met gal gevuld tot aan de hoogste rand,
dan nemen wij hem dankbaar, zonder beven
aan uit uw goede, uw geliefde hand.
4. Maar wilt Gij ons nog eenmaal vreugde schenken
om deze wereld en haar zonneschijn,
leer ons wat is geleden dan herdenken,
geheel van U zal dan ons leven zijn.
5. Laat warm en stil de kaarsen branden heden,
die Gij hier in ons duister hebt gebracht,
breng als het kan ons samen, geef ons vrede.
Wij weten het, uw licht schijnt in de nacht.
6. Valt om ons heen steeds meer het diepe zwijgen,
de eenzaamheid die nergens uitkomst ziet,
laat ons dan allerwegen horen stijgen
tot lof van U het wereldwijde lied.
7. In goede machten liefderijk geborgen
verwachten wij getroost wat komen mag.
God is met ons des avonds en des morgens,
is zeker met ons elke nieuwe dag.
LvdK gezang 398, vertaling: Jan Willem Schulte Nordholt (1920-1995)
Adriaan C. Schuurman en de melodie
De op 28 juli 1904 in Kampen geboren musicus Adriaan Cornelis Schuurman wordt wel als “de vader van het protestantse kerklied” beschouwd. Na zijn eindexamen gymnasium studeert hij van 1925 tot 1927 piano aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Ook volgt hij contrapuntlessen bij Johan Wagenaar. Daarna studeert hij tot 1931 aan het Amsterdamsch Conservatorium orgel bij Cornelis de Wolf en contrapunt bij Sem Dresden.
Als organist is Schuurman achtereenvolgens werkzaam in Schiedam, Lochem, Amersfoort en Den Haag. Tevens is hij dirigent van de Christelijke Oratorium Vereniging 'Laudate Dominum' te Voorburg. In 1969 neemt hij afscheid als docent voor kerkmuzikale vakken aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en in 1973 als docent contrapunt en kerkmuziek aan het Rotterdams Conservatorium.
Adriaan C. Schuurman is vooral bekend geworden door zijn kerkmuziek. Hij is betrokken bij zowel de Liedbundel van 1938 als bij het Liedboek voor de Kerken waaraan hij achttien van de 491 liederen bijdraagt. Naast een aantal orgelwerken, waarvan “Toccata, trio en fuga Psalm 150” het bekendste is, componeert Schuurman in 1981 een “Psalmen-cyclus” in opdracht van de Gereformeerde Organisten Vereniging, alsmede enkele oratoria.
Hij overlijdt 24 augustus 1998 in Den Haag.
Melodie
De componist (A.C. Schuurman) merkt in het Compendium het volgende op over de melodie: ‘De ernstige tekst, vol inkeer en Godsvertrouwen, vroeg om een ingetogen melodie. Zo moet ze ook gezongen worden, geconcentreerd en niet te luid. In regel 3 neemt de spanning toe tot deze vanaf de eerste noot van regel 4 weer afneemt’.
Alexander Prins en de cantate
Alexander Prins schreef een bijzondere liedcantate bij Gezang 398 uit het Liedboek voor de Kerken ‘Door goede machten trouw en stil omgeven’ (Von guten Máchten treu und still umgeben), een tekst van Dietrich Bonhoeffer op een melodie van Adriaan Schuurman. Prins is een jonge kerkmusicus uit Maasdijk, gelegen tussen Rotterdam en 's Gravenhage. Hij koos voor een muzikale stijl die sterk aan Bach doet denken.
Studie en achtergrond
Alexander Prins, geboren 8 mei 1972 te Maasdijk, groeide op in een gereformeerd tuindersgezin en is op 11-jarige leeftijd begonnen met orgelspelen. Op zijn 14e kreeg hij les van Koos Bons, toenmalig organist van de Immanuëlkerk te Maassluis. Door hem werd hij voorbereid op zijn studie aan het Koninklijk Conservatorium te ’s Gravenhage, die hij in 1992 mocht aanvangen. Aldaar behaalde hij in 1997 het diploma Docerend Musicus Orgel en het Praktijkdiploma Kerkmuziek (bevoegdheid II). Vervolgens studeerde hij in 1999 af voor het diploma Uitvoerend Musicus Orgel (bevoegdheid I). Hij studeerde orgel bij Johan Th. Lemckert en kerkmuziek bij Marijke van Klaveren.
Activiteiten tot en met 2008
Momenteel is Alexander vanaf 1999 cantor-organist van de PKN-kerk ‘Rehoboth’ te Honselersdijk, alsmede vanaf 1998 van de PKN-kerken te Maassluis; deze laatste betrekking tot en met augustus 2007. Daarnaast is Alexander organist in de zaterdagavondmissen van de internationale engelstalige parochie ‘Church Of Our Saviour’ te ‘s Gravenhage.
Zie verder bij de componistbeschrijving van Alexander Prins.
Cantatestructuur
- Vers 1: Adagio; koor, blazers, strijkers, continuo (I) - geluidsfragment
- Vers 2: [aria] bas, continuo = orgel (I), cello I en II à 2, contrabas - geluidsfragment
- Vers 3: [recitatief] alt, strijkers, continuo (I) - geluidsfragment
- Vers 4: Allegro vivace; [aria] tenor, klarinet I en II à 2, viool I en II à 2,
continuo = orgel (I), cello I en II à 2, contrabas - geluidsfragment
- Vers 5: motet; sopraansolo, altsolo, tenorsolo, koor, gemeentezang ad libitum,
blazers, strijkers, continuo I, orgel (II) ad libitum - geluidsfragment
- Vers 6: [aria] sopraan, klarinet I en II - geluidsfragment
- Vers 7: koor, blazers, strijkers, continuo (I) - geluidsfragment
De geluidsfragmenten zijn afkomstig van een cd waaraan meegewerkt is door: Nelleke den Broeder, sopraan, Annemarie Verburg, alt, Steven van Gils, tenor en Igor Bogaert, bas. Verder het Christelijk Kamerkoor Maassluis en het Orkest natasja van Doesburg (uit Gouda) en Arjen Leistra, orgelcontinuo. Ondersteuning verleenden de Cantorij van de Rehobothkerk te Honselersdijk en het Liturgisch Ensemble van de PKN-kerken te Maassluis. Algehele leiding: Leo den Broeder.
De opnamen zijn in opdracht van de IKON verzorgd door SCB studio Cor Brandenburg.
Zie ook artikel in Vocaal November/December 2008
Klik hier om het artikel te bestellen. |